4

Fill the Gap over ons

MVO werkt alleen bij win-win situatie

nl
en
 
 

Fill the Gap!- 4

Onder leiding van Rindert de Groot gingen zes professionals uit het veld van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) met elkaar in discussie op Fill The Gap! 4. Ze hadden het vooral over de manier waarop het bedrijfsleven meer gestimuleerd kan worden om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Conclusie: pas als bedrijven winst kunnen halen uit het maatschappelijk aanpakken van de productie, kan MVO groot worden.

Irene Schipper (SOMO) heeft onderzoek gedaan naar MVO in de hardware sector. Een belangrijke conclusie in haar onderzoek is dat veel bedrijven die van zichzelf vinden dat ze maatschappelijk verantwoord ondernemen, dat helemaal niet doen, omdat ze niet met ‘schone’ toeleveranciers werken. Schipper haalt het voorbeeld aan van Celtel, dat in een eerdere sessie op Fill The Gap! 4 al aan bod kwam. Deze telefoongigant zorgt dan wel voor veel werkgelegenheid en investeringen in de plaatselijke economie, maar werkt ondertussen met toeleveranciers als Nokia en Motorola, die bij onderzoeken naar duuzaamheid slecht uit de bus zijn gekomen. Irene Schipper benadrukt het onderscheid tussen maatschappelijk verantwoord ondernemen en maatschappelijk betrokken projecten, gefinancierd door de winst die een bedrijf maakt. Dat laatste wordt te vaak onder de noemer MVO geschaard, vindt zij. Terwijl MVO juist gaat om goede, verantwoorde productieomstandigheden, om de manier waaróp je je winst behaalt, niet wat je met je winst doet.

 

MVO-label

Simon Hania (xs4all) vindt het een onmogelijke opgave voor grote bedrijven om alle verschillende schakels in het productieproces in orde te hebben. Hij vindt dat het de plicht is van bedrijven om zo transparant mogelijk te zijn over waar het goed gaat en waar het beter kan. Een toeschouwer oppert een ‘MVO-label’, te vergelijken met een label op producten uit de supermarkt, waarop staat welke stoffen het product bevat en waar het geproduceerd is. Debatleider Rindert de Groot (CoolPolitics) vraagt de panelleden wat ze denken over een MVO-code. Hij vindt dat bedrijven vrijwillig aan MVO moeten doen, niet omdat het hun opgelegd wordt. Want dan wordt het een kunstje. Multinationals moeten het doen omdat ze er echt achter staan, niet vanuit de angst voor negatieve publiciteit.

 

Negatieve publiciteit

Daar brengt Irene Schipper tegenin dat negatieve publiciteit weldegelijk werkt. Ze haalt computergigant Dell als voorbeeld aan: een aantal jaar geleden verscheen er een rapport over de schandelijke arbeidsomstandigheden bij dat bedrijf. Er is sindsdien al heel wat verbeterd bij Dell, aldus Schipper. Een goed evenwicht vinden tussen winst maken en maatschappelijk verantwoord ondernemen is soms moeilijk, blijkt uit de paneldiscussie. Grote bedrijven moeten hun aandeelhouders tevreden kunnen houden. Niet iedereen staat te springen voor grote investeringen in duurzaamheid, andere aandeelhouders vinden dat juist wel heel belangrijk. Het gaat om je visie op zaken doen, zegt Hania. Is je bedrijf een vehikel om je aandeelhouders dividenten te bezorgen? Of is het een orgaan dat kan helpen bij duurzame ontwikkeling in de wereld? Frank van der Tang (Ordina) merkt op dat winst niet alleen om cijfers moet draaien. Aandeelhouders zouden ook moeten kijken naar de maatschappelijke winst die een bedrijf boekt bij MVO: bijvoorbeeld de tevredenheid van het personeel en de manier waarop met het milieu omgegaan wordt.

 

Bandenspanning

Van der Tang weet dat het moeilijk is aandeelhouders mee te krijgen op de MVO-tour als het geen concrete financiële winst oplevert. Het hele leasewagenpark van een bedrijf om laten zetten in milieuvriendelijke wagens is bijvoorbeeld te veel gevraagd. Maar de bandenspanning laten aanpassen zodat de leaseauto’s zuiniger rijden wordt wel toegejuicht, omdat het ook economische winst oplevert. Jac Stienen (IICD) is het met van der Tang eens: volgens hem moet er altijd een win-win situatie zijn voordat bedrijven in de boot van MVO springen. Jula Grimbilas (Ministerie van Buitenlandse Zaken) erkent dat de rol van de overheid bij MVO vaak klein is. Bedrijven halen de overheid er niet bij als een project commercieel haalbaar is en dus geen subsidie nodig heeft. Want ze zien de overheid als een vertragend mechanisme.

 

Jargon

Grimbilas ziet de rol van MinBuZa in de facilitering in de Nederlandse partnerlanden: kennis en netwerken bieden, maar de bedrijven zelf laten instaan voor MVO. Er komen een aantal waarschuwingen uit de zaal: dat de overheid moet opletten dat de publiek.-privé partnerschappen die wel gesloten worden, meer worden dan een papieren tijger. Het panel zou ook teveel jargon en vaktermen gebruiken. Volgens een toeschouwer is dat kenmerkend voor het MVO-discours, en zou dat daarom maar moeilijk aanslaan in ontwikkelingslanden. Maar uiteindelijk komt de vraag naar MVO van de Nederlandse bevolking, stelt discussieleider Rindert de Groot. Hoe moet het bedrijfsleven daarop inspelen? Door transparant te rapporteren en naar win-win situaties op zoek te gaan, vindt het panel. Schipper voegt daar aan toe dat maatschappelijke organisaties misstanden moeten blijven blootleggen, om bedrijven in de richting van MVO te blijven duwen.

Kijk ook op OneWorld.nl.

Ga voor meer evenementen over het gebruik van ICT en Media bij internationale samenwerking naar het agendaoverzicht op www.oneworld.nl/Agenda.

Fill the Gap!- 7 op:
linked

 
Fill the gap!- 6
Fill the Gap!- 5
Fill the Gap!- 4